,,De durf en moed die Almere in de beginjaren van haar bestaan heeft getoond, ontbreken op dit moment. Er is een soort tobberigheid ontstaan, door het steeds benadrukken van problemen. De gemeente moet zich er juist op richten deze problemen krachtig op te lossen. Het ontbreekt de stad aan elan, aan enthousiasme", stelt bijzonder hoogleraar Sociaal-economische en ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe stedelijke gebieden van de Universiteit van Amsterdam, Arnold Reijndorp. Sinds 2005 bekleedt de stadssocioloog de Han Lammersleerstoel, die wordt gefinancierd door de gemeente.
,,Waar die tobberigheid precies vandaan komt is mij een raadsel, maar er manifesteert zich een vage onvrede in de stad. " Reijndorp wijt het gebrek aan elan aan een aantal factoren. ,,In Almere is sprake van een zekere sociale stagnatie. Mensen zijn uit de grote stad naar Almere verhuisd om te kunnen stijgen op de maatschappelijke ladder. Zij krijgen een huis met een tuin, ze krijgen de ruimte. Je ziet dat als mensen die stap eenmaal gemaakt hebben, ze verder vaak geen ambitie meer hebben. De instelling van de Almeerder laat zich moeilijk verklaren. Hier in Nederland hebben we al snel het gevoel dat wanneer je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje wordt. Over het algemeen is het al niet vanzelfsprekend dat je ver boven je milieu uitstijgt. Binnen Almere is helemaal weinig sociale stijging. "
Het gebrek aan ambitie werkt ook door op de jongste generatie in Almere. ,,Je zou verwachten dat ouders een bepaalde ambitie aan hun kinderen overdragen, maar dat is niet het geval. Er heerst in de stad en bij ouders geen sfeer van 'ga vooruit' en 'we gaan er voor'."
Om die sfeer te creëeren, is een sterk onderwijsveld nodig. Daar ontbreekt het echter aan in de stad. Re8 ijndorp: ,,Je merkt dat het niet helemaal goed gaat op het gebied van onderwijs. Uit allerlei onderzoeken blijkt dan ook dat het onderwijsniveau niet toeneemt. Dat is geen goede ontwikkeling. Het feit dat er bijna geen hoger onderwijs wordt aangeboden in de stad, is een probleem."
Als socioloog houdt Reijndorp zich bezig met de sociale cohesie in de stad. Op dat gebied laat de gemeente uitgelezen kansen liggen. ,,De gemeente zou meer moeten doen met het groen in de stad. Het is opmerkelijk dat het hele gebied rond het Weerwater niet meer betrokken wordt bij de stad. Ik zie wel wat in de ontwikkeling van stadsparken. Dan moet je niet schromen om in het groen culturele voorzieningen te plaatsen. Stadslandgoed De Kemphaan is hier een goed voorbeeld van, alleen ligt het zo ver weg van de stad. Er zijn meer van dat soort plekken in de stad nodig. Alles wat daar gebeurt zorgt er voor dat inwoners zich verbonden voelen met de stad."
In 2030 moet Almere uitgegroeid zijn tot een stad met 350.000 inwoners. Er moeten de komende jaren zestigduizend woningen worden gebouwd en heel wat vierkante meters aan werkgelegenheid bijkomen. Is Almere, waar volgens Reijndorp dus vooral wordt getobt, op dit moment eigenlijk wel klaar voor de schaalsprong? Daar is Reijndorp duidelijk over. ,,Groei hoeft niet slecht te zijn. Het biedt enorme kansen om je als stad te onderscheiden. Je kunt je dan bijvoorbeeld richten op hoger onderwijs en het binnenhalen van culturele instellingen."
Anders dan vroeger heeft Almere nu de gelegenheid tot het stellen van eisen als het groter groeit. ,,Almere vormt een dubbelstad met Amsterdam. Je zag dat Amsterdam zich tamelijk parasitair opstelde in die verhouding. In de ogen van Amsterdam zou al het werk in die stad komen en Almere was nodig om de mensen te huisvesten die al dat werk moeten doen. Die moeten toch ergens wonen, was de gedachte. Almere liet zich daardoor opsluiten, maar ik heb de indruk dat die verhouding anders is geworden."
Reijndorp heeft nog wel een tip voor het stadsbestuur. ,,Laat de inwoners van de stad zien, dat je krachtig bezig bent met het oplossen van problemen. Dan ontstaat er bij hen vanzelf ook weer enthousiasme."

