,,We zullen het met hangjongeren moeten doen. Dan kunnen we ons beter richten op hoe we hiermee omgaan, in plaats van ze ontlopen.’’ Pedagoog Hans Kaldenbach geeft als docent straatcultuur lezingen en workshops over hangjongeren en straatcultuur. Voor een masterclass bij de Almeerse Scholen Groep heeft hij de situatie in Almere bekeken en hij is tot de conclusie gekomen dat het hier niet anders is dan in de rest van Nederland.
Tijdens de verschillende veiligheidsbijeenkomsten voor de zomer bleek dat veel Almeerders vaak een onveilig gevoel hebben bij groepen hangjongeren. ,,De tijd dat jongeren zich wat aantrokken van onbekende volwassenen is echt voorbij’’, aldus Kaldenbach. ,,Zo’n dertig jaar geleden kon je als volwassene nog roepen ’sodemieter op, ik wil slapen’. Dat hoef je nu niet meer te proberen. Dat werkt juist averechts.’’
Dat jongeren zich niet meer door volwassenen laten vertellen wat ze wel of niet mogen, is overigens niet negatief, zegt Kaldenbach. ,,Zij komen voor zichzelf op en dat is goed. Zaken als bijvoorbeeld misbruik door priesters komt hierdoor veel minder voor. Jongeren ondernemen namelijk actie als er wat gebeurt. Dit kan echter ook te ver doorslaan.’’
De angst voor hangjongeren komt volgens Kaldenbach vooral voort uit incidenten van zinloos geweld. ,,Die worden in de media breed uitgemeten. Maar als we heel goed naar die zaken kijken, is het wel vaak zo dat het slachtoffer ook niet helemaal juist handelde. Dat is natuurlijk alsnog geen reden om iemand een mes in zijn rug te steken.’’
De meest effectieve manier om angst voor hangjongeren tegen te gaan, is door contact te leggen, stelt Kaldenbach. ,,Slechts vijf procent van de groepen is een uitvalsbasis voor criminaliteit. De rest is gezellig samenkomen, hinderlijk of overlastgevend. Met die groepen valt te communiceren. Groet ze normaal als je langsloopt, zeg wat over het weer. Zo bouw je een soort band op. Als er dan wel een keer wat gebeurt, kun je het daar ook over hebben. Kun je ze bijvoorbeeld vragen of ze straks nog wel even de rommel opruimen. Jongeren laten zich niet door een onbekende corrigeren, maar als je eenmaal dat contact hebt zijn ze wel degelijk te benaderen.’’
De inzet van het Jeugd Interventie Team (JIT) en straatcoaches in Almere zijn daarom zeker effectieve maatregelen in de aanpak van overlast door hanggroepen, vindt Kaldenbach. ,,Die bouwen een band op met de jongeren en spreken ook de taal van de straat. Van deze mensen accepteren de jongeren opmerkingen en verzoeken om bijvoorbeeld iets rustiger te doen.’’
Toch kunnen ook Almeerders zelf investeren in het opbouwen van een band met hangjongeren in de buurt. In zijn boeken Respect en Hangjongeren geeft Kaldenbach hiervoor 99 tips. Toch zijn die tips niet altijd toe te passen. ,,Mensen moeten wel reëel blijven’’, aldus Kaldenbach. ,,Als ik ’s avonds in de trein tegenover een groep dronken jongeren zit die herrie maken of de boel vernielen, laat ik het ook gewoon gaan. Je moet wel weten wanneer je kansloos bent en niet in je eentje met dertig man in discussie gaan.’’
Het belangrijkste is dat mensen open staan voor een generatie die er niet alleen anders uitziet, maar zich ook anders gedraagt, zegt Kaldenbach. ,,Je kunt maar beter accepteren dat er hanggroepen zijn. Als je bij Schiphol woont en je gaat je eenmaal ergeren aan de vliegtuigen, word je alleen maar diep ongelukkig. Die vliegtuigen blijven namelijk overvliegen. Hangjongeren verdwijnen ook niet meer, dus mensen kunnen beter leren ermee om te gaan. Je kunt de wind niet veranderen, maar hoe de zeilen staan wel.’’

